
In 2020, vlak voor de coronapandemie, stort ik in. Tijdens het koken zegt mijn systeem keihard: STOP! Mijn hart bonst in mijn keel, zweethanden en een veel te snelle ademhaling. Alsof ik een vrachtwagen met 100 km per uur op me af zie rijden en weet dat er versleten remblokken onder zitten. Later leerde ik dat dit een paniekaanval was.
Ik heb die nacht geen oog dicht gedaan. Alles omtrent werk leek heel groot en van wereldbelang. Mijn brein kon niet meer prioriteren en hoofd- van bijzaken scheiden. Doodeng.
Ik bel de volgende dag mijn werkgever en vertel dat ik voorlopig rust neem.
Twee dagen later wandel ik naar de Euromast, vlakbij mijn huis. Nog steeds geen idee hoe erg ik er werkelijk aan toe ben. Op het hoogste puntje (185 meter), krijg ik een tweede paniekaanval. Het uitzicht is prachtig maar mijn brein denkt dat ik in gevaar ben. Ik weet niet wat ik moet doen, tot plots de zon doorbreekt. Ik maak een foto van het moment om mezelf eraan te kunnen herinneren dat ik me nooit meer zo wil voelen, maar ook het gevoel dat iets groters dan ikzelf laat weten dat het goed komt.
Een week later zit de hele wereld in quarantaine.

Februari 2020, vanaf de Euromast
Jaren van roofbouw op mijn lijf, het meegaan in de onnavolgbare snelheid van de wereld en een lijf vol onverwerkte emoties halen me in. Een bezoekje aan de supermarkt met alle flitsende kleuren, schreeuwerige getallen en harde muziek is al teveel en moet ik van bijkomen. De dirigent in mijn brein lijkt vertrokken.
De hulp die ik zoek, vind ik niet bij mijn huisarts, arbo-arts en ook niet bij mij toegewezen psycholoog.
De huisarts stelt halve werkdagen voor en eventueel medicatie tegen paniekaanvallen. Ik sta perplex van het antwoord. Bij het idee alleen al dat ik een mailtje zou moeten beantwoorden, werd ik op dat moment al angstig. Ze had geen goed beeld van hoe slecht het met mij ging op dat moment en dat neem ik haar ook niet kwalijk. Ze heeft maar tien minuten om mij te helpen.
Geen enkel van de hulpverleners die na haar volgen vragen naar mijn voedingspatroon, mijn alcoholgebruik en of ik voldoende beweeg.
Ik volg mijn interesses intuïtief. Niet opzoek naar symptoombestrijding maar naar een holistische manier van heling. Ik voelde dat mijn lijf ‘slechts’ de signalen gaf maar dat ik op meerdere fronten het contact met mezelf was verloren.
Ik verslind boeken, volg online workshops en krijg accupunctuur.
Ik volg een studie tot natuurvoedingsadviseur, studeer af en experimenteer met verschillende voedingspatronen. Ik ga in lichaamsgerichte therapiegroepen aan de slag met onverwerkte emoties, opgeslagen in het lijf. Rustig groeit er een consequent sportpatroon. De dagen beginnen met verse groene groentesappen en wandelingen in de natuur. Langzaam word ik beter en groeit de connectie met mijn lichaam. Ook de liefde om deze belangrijke kennis over te dragen.
Veel vrouwen worstelen met vage, heftige gezondheidsklachten en worden vaak niet begrepen of goed gezien. Langzaam ontstaan er chronische ziektenbeelden of zitten ze in de perimenopauze zonder dat ze het doorhebben. Een omvangrijke studie onder 4.400 Amerikaanse vrouwen toont aan dat 55,4% van de vrouwen tussen 30–35 jaar matige tot ernstige symptomen van perimenopauze rapporteert, en dit percentage loopt op tot 64,3% bij vrouwen van 36–40 jaar. (Klachten als angst, stemmingswisselingen, prikkelbaarheid).
Mijn missie is om vrouwelijk welzijn goed op de kaart te krijgen in onze samenleving. Ik wil bewustwording rondom het belang van complementaire zorg omdat hier naast de reguliere zorg, kundige hulpverleners zijn die vrouwen ontzettend goed kunnen ondersteunen in het zich eigen maken van een gezonde leefstijl. In contact staan met je lijf voorkomt ziekten.
Ik sta voor het creëren van een beweging waarin wij vrouwen sterker, gezonder en bewuster in het leven staan. Kennis is er om over te dragen.
